- Gevorkte bliksem. Dit is de meest bekende bliksem. Hij lijkt op een slang
met allemaal vertakkingen.
- Bandbliksem. Deze is veel breder. Hij is eigenlijk een beetje opzij geduwd
door de wind. Een bandbliksem bestaat eigenlijk uit meerdere bliksemflitsen
tegelijk.
- Parelsnoerbliksem. Deze lijkt opgedeeld in een aantal lichtende stukjes.
Hij is heel zeldzaam. Weerdeskundigen hebben hem alleen maar gezien als het heel erg
hard regent. Hoe zo'n bliksem precies ontstaat weten ze nog niet.
- Raketbliksem. Deze komt ook maar zelden voor. Bij raketbliksem zie je geen
echte bliksemflitsen maar strepen in de lucht die langzaam achter elkaar langs
schieten.
- Weerlicht, dit is een bliksemflits in de wolken. Je kunt daarom de bliksem
zelf niet zien, maar je ziet wel dat de lucht ineens fel oplicht. Weerlicht wordt ook wel
vlakke bliksem genoemd.
- Bolbliksem. De grootte is vrij gering, ongeveer vergelijkbaar met de omvang
van een tennisbal en slechts zelden zo groot als een voetbal. Vaak wordt het
verschijnsel waargenomen langs bovengrondse hoogspanningskabels of langs
een dakgoot. Soms zweeft de bolbliksem door een straat. Bolbliksems kunnen
ook binnenshuis doordringen en er zijn meldingen dat de bol via een schoorsteen, deur of
raam binnenkwam.
|
|