Taal
Duitse leenwoorden
Afbouwen (1971)
Blits (1966)
Grauwsluier (1970)
Hoogseizoen (1962)
Kettingroker (1961)
Moordkerel (1996)
Penisnijd (1965)
Snorkel (1957)
Tig (1984, 'onbepaald telwoord')
Volkorenbrood (1951)
Bron: Chronologisch Woordenboek (Nicoline van der Sijs).