Taal
Latijnse zegswijzen
  1. Ad fundum: Tot op de bodem
  2. Ad majorem Dei gloriam: Ter grotere glorie van god
  3. Alter ego: Tweede ik
  4. Anno domini: In het jaar des Heren
  5. Carpe diem: Pluk de dag
  6. Caveat emptor: De koper zij op zijn hoede
  7. Cave canem: Wacht u voor de hond
  8. Ceterum censeo Carthaginem esse delendam: Overigens ben ik van mening dat Carthago vernietigd moet worden
  9. Cogito, ergo sum: Ik denk, dus ik ben (Descartes)
  10. Conditio sine qua non: Voorwaarde zonder welke niet
  11. Cum laude: Met Lof
  12. De gustibus non disputandum est: Over smaak valt niet te twisten
  13. Deliberante senatu Sagumtum perit: Terwijl de senaat vergaderde, ging Saguntum verloren
  14. Deo volente: Als God het wil (bij leven en welzijn)
  15. Dente superbo: Met lange tanden
  16. Dona nobis pacem: Geef ons vrede
  17. Dulce et decorum est pro patria mori: Het is zoet en eervol voor het vaderland te sterven
  18. Errare humanum est: Dwalen is menselijk
  19. Et cetera: En het overige
  20. Ex falso sequitur quod libet: Uit onwaarheid volgt wat men wil
  21. Festina lente: Haast u langzaam
  22. Gutta cavat lapidem, non vi, sed saepe cadendo: De druppel holt de steen uit, niet door geweld, maar door er keer op keer op te vallen
  23. Habemus papam: We hebben een paus
  24. Hodie mihi, cras tibi: Heden ik, morgen gij
  25. Hora est: Het is tijd
  26. In vino veritas: In wijn (dronkenschap) is de waarheid
  27. Ipso facto: Noodzakelijkerwijs
  28. Ipso iure: Van rechtswege
  29. Lectori salutem (l.s.): De lezer heil
  30. Lex dura sed lex: De wet is hard maar zo is de wet
  31. Lex specialis derogat legi generali: Bijzondere wet gaat voor algemene wetten
  32. Luctor et emergo: Ik worstel en kom boven
  33. Mea culpa: Door mijn schuld
  34. Memento mori: Gedenk te sterven
  35. Mens sana in corpore sano: Een gezonde geest in een gezond lichaam
  36. Morituri te salutant: Zij die gaan sterven groeten u
  37. Natura artis magistra: De natuur is de leermeesteres der kunsten
  38. Ne bis in idem: Geen tweede maal in dezelfde zaak (niemand kan twee maal voor hetzelfde feit vervolgd worden)
  39. Nihil sine labore: Niets zonder inspanning
  40. Nil volentibus arduum: Niets is moeilijk voor hen die willen
  41. Nolens volens: Goed- of kwaadschiks
  42. Nomen est omen: De naam is een voorteken
  43. Nomen nescio (n.n.): De naam weet ik niet
  44. Nota bene (n.b.): Let wel
  45. O tempero, o mores: O tijden, o zeden
  46. Ora et labora: Bid en werk
  47. Oratio pro domo: Pleidooi in eigen belang
  48. Pars pro toto: Deel voor het geheel
  49. Pecunia non olet: Geld stinkt niet
  50. Primus inter pares: De eerste onder de mensen (vrij vertaald: we zijn allemaal gelijk, maar sommigen zijn iets gelijker dan anderen)
  51. Pro forma: Formeel
  52. Pro Deo: Gratis
  53. Quod erat demonstrandum (q.e.d.): Hetgeen bewezen moest worden
  54. Quod licet Jovi, non licet bovi: Wat de baas mag, mag de ondergeschikte nog niet
  55. Quod non: Hetgeen niet het geval is
  56. Quo vadis: Waarheen gaat gij?
  57. Requiescant in pace (r.i.p.): Mogen zij rusten in vrede
  58. Res nullius : Een zaak die aan niemand toebehoort
  59. Roma locuta, causa finita: Rome heeft gesproken, de zaak is gesloten
  60. Sic transit gloria mundi: Zo vergaat de wereldse heerlijkheid
  61. Si vis pacem, para bellum: Als je vrede wilt, bereid dan een oorlog voor
  62. Soli Deo gloria: Alleen aan God de eer
  63. Stante pede: Op staande voet
  64. Sub rosa: In vertrouwen
  65. Summa summarum: Al met al
  66. Sunt pueri pueri, pueri puerilia tractant: Kinderen zijn kinderen, kinderen doen kinderlijke dingen
  67. Sursum corda: De harten omhoog!
  68. Testes unus testes nullus: Eén getuige is geen getuige
  69. Vade retro: Ga achter mij
  70. Vanitas vanitatum et omnia vanitas: IJdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid
  71. Veni, vidi, vici: Ik kwam, ik zag, ik overwon
  72. Vox populi: De stem des volks
Bron: Steemers.